Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media on Fri, 17 Apr 1998 11:33:18 +0200 (MET DST)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

nettime-nl: FAQ over het Publiek Domein



FAQ - FREQUENTLY ASKED QUESTIONS OVER HET PUBLIEK DOMEIN:


Discussiestuk voor het publiek onderzoek 'Publiek Domein 2.0'

Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media
Amsterdam, Vrijdag 17 April 1998.



1 - Wat is het publiek domein?

Onderscheidt het publieke domein als sociale en culturele ruimte van de
juridische definitie. Het publieke is traditioneel een gemeenschappelijke
ruimte van ideeën en herinneringen en van fysieke vormen waarin deze
concreet gestalte krijgen. Het monument als fysieke belichaming van een
gemeenschappelijk geheugen en geschiedenis is een uitgesproken voorbeeld
hiervan. Toegang en betekenisvorming, verering, afschuw en toeëigening van
het monument zijn de traditionele vormen waarin de politieke strijd om het
gemeenschappelijk geheugen en de geschiedenis worden uitgevochten.

-Juridische definitie: onroerende zaken die aan de staat (en aan andere
openbare lichamen) toebehoren en voor het algemeen nut bestemd zijn, in
tegenstelling tot het eigenlijke domein. (Korte beschrijving uit de
"Juridische woordenboek")
- Publiek domein: zaken met publieke bestemming (art 5:28 BW).


COMMENTAAR:

"Wat we nu 'publiek domein' noemen bestaat uit een veelheid van plaatsen en
virtuele ruimten waarin mensen wel samenkomen, alleen niet in de eerste
plaats om de verschillen te zoeken, maar om overeenstemming te vinden.
Overeenstemming met wat je op dat moment wilt dat jouw identiteit uitmaakt.
Zo zoeken de verschillen een eigen weg en plaats. Ieder een eigen publiek
domein, naar keuze in het verlengde van wat privé is." (Esma Moukthar)

Moukthar contrasteert dit met wat volgens haar Hannah Arendt's opvatting
van het publiek domein is; "de ruimte die wordt gevormd door de pluraliteit
van mensen".

[Bron: Esma Mouthar - 'Publiek domein: privé-domein - Arendts oog op
pluraliteit en publiek domein in een vergelijking met (post)modern
pluralisme', Amsterdam, 1998]


2 - Wat is het publiek domein 2.0?

Publiek Domein 2.0 is de toekomstige publieke ruimte in een digitale
media-omgeving. Een ruimte die niet wordt gedomineerd door commerciële
interesses (de markt) en evenmin door een monopolie van de overheid. Het
kenmerk van Publiek Domein 2.0 is dat er naast een openbaar aanbod van
informatie vooral ruimte wordt gegeven aan de actieve participatie van de
burger. De burger bepaalt mede de vormgeving en inhoud van deze nieuwe
publieke ruimte.


COMMENTAAR:

"Net als in het gewone leven, op straat en in de massamedia bestaat er ook
in cyberspace een 'virtuele openbaarheid'. Dit zijn software configuraties
die voor iedereen toegankelijk en te gebruiken zijn. Deze publieke fora
kunnen bestaan uit plekken voor het uitwisselen van gedachten en
informatie, maar het kan ook software zijn, die gratis of tegen een gering
bedrag ter beschikking wordt gesteld (de zogenaamde freeware en shareware).
Het kenmerk van Publiek Domein 2.0 is dat het noch door de (globale) markt,
noch door de (nationale) staat gedomineerd wil worden. In tegenstelling tot
de publieke omroepen, die vrijwel overal in handen zijn van staat en
regeringspartijen, tracht de virtuele openbaarheid in het internet te
ontkomen aan regulering en controle van staatswege. Ook al zijn belangrijke
delen van het Net ontwikkeld met staatsgelden, is het nog niet zo dat
overheden hier een claim op kunnen leggen. Hetzelfde geldt voor de
commercie, die voor alles de markt als een oplossing ziet en alle
handelingen tussen mensen in termen van geld ziet. Toch zijn er bepaalde
kanalen (nieuwsgroepen, mailinglists) en software zoals besturingssystemen
(Linux) die niet eigendom zijn van bedrijven.
Publiek Domein 2.0 hoeft in principe weinig tot niets te kosten en is van
iedereen en niemand. Het breekt met het schaarstemodel. Cyberspace is
oneindig, in tegenstelling tot de staatkundige ruimte, alhoewel de toegang
tot genoeg bandbreedte maar voor weinigen is weggelegd. Wat in principe
vrij en oneindig is, wordt kunstmatig afgeknepen om het in economische en
politieke zin beheersbaar te maken. Dit betekent dat publiek domein, in
zijn tweede gedaante, voortdurend in gevaar is en zich dient te verdedigen
door in de aanval te gaan. Publiek Domein 2.0 is een geleefde utopie die
telkens weer wordt gedacht en vormgegeven, ten onder gaat, afgepakt wordt
en elders opduikt."

[Bron: Geert Lovink - Definitie van Publiek Domein 2.0 - Amsterdam, april 1998]


"New production processes and new media are [indeed] forcing us to
re-configure our notions of what might constitute public space and the
public domain. But this should not induce us to restrict our focus to the
virtual domain. Although I agree that it is 'where the action is' in the
sense that everything in our culture is reconfiguring around virtual flows;
(flows of information, flows of technology, flows of organizational
interaction, flows of images, sounds and symbols). And I realize that these
flows are not just one element in the social organization, they are an
expression of processes *dominating* our economic, political and social
life.

But PLACES do not disappear.

In the wider cultural and political economy the virtual world is inhabited
by a cosmopolitan elite. In fact put crudely elites are cosmopolitan and
people are local. The space of power and wealth is projected throughout the
world, while people's life experience is rooted in places, in their
culture, in their history."

[Bron David Garcia - 'Some thoughts on the Public Domain', 8 februari 1998]


3 - Van wie is het publiek domein?

Van ons allemaal en van niemand. Het publieke domein van informatie en
communicatie dient niet door de overheden of de commerciële ondernemingen
te worden gemonopoliseerd.

COMMENTAAR:

De motie M. de Koning, M van Zuijlen, S van Heemskerk Phillis-Duvekot
(maart '97, bij de behandeling Liberalisering Mediawet) over de
toegankelijkheid van elektronische informatie en communicatiediensten:

"Het vraagstuk van het publiek domein in de informatievoorziening [kan]
niet simpelweg worden afgedaan met een verwijzing naar het aanbod van
publieke omroepdiensten, maar het onderwerp [strekt] zich tevens uit naar
toegankelijkheid van infrastructuren in relatie tot beschikbaarheid van
veelsoortige en betaalbare informatiediensten."


4 - Wat is de informatiemaatschappij?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet eerst worden aangegeven wat een
informatie-economie is:

4.1. - Wat is een informatie-economie?

Als de informatie sector van een economie dominanter wordt dan de
industriële of agrarische/ecologische sector, dan is die economie een
informatie-economie geworden. De informatie sector van een economie is die
sector wiens produkten primair uit informatie-goederen bestaan (zoals
software, muziek, boeken, video, databases, machine-ontwerpen, genetische
informatie en andere goederen waarop een auteursrecht of patent rust).

4.2 - Wanneer is er sprake van een informatie-samenleving?

Een samenleving waarin communicatie- en informatietechnologie de dominante
technologie zijn geworden en waarvan de economie primair een informatie
economie is, wordt een informatie-samenleving genoemd. Een andere veel
gebruikte benaming hiervoor is de post-industriële samenleving.


COMMENTAAR:

De Spaanse socioloog Manuel Castells omschrijft de overgang van het
industriële naar het post-industriële stadium als volgt:

"In the industrial mode of development, the main source of productivity
lies in the introduction of new energy sources, and in the ability to
decentralize the use of energy throughout the production and circuulation
processes. In the new informational mode of development the source of
productivity lies in the technology of knowledge generation, information
processing, and symbol communication.
(...) What is specific to the informational mode of development is the
action of knowledge upon knowledge itself as the main source of
productivity."

[Source: Manuel Castells - 'The Rise of the Network Society - The
Information Age Vol.1', Blackwell Publishers, Malden (Mass.), 1996.]


5 - Wat is electronic commerce?

Electronic commerce is het toepassen van informatie- en
communicatietechnologie op zakelijke handelingen in bredere zin.
Business-to-business (bijvoorbeeld transacties, produktinformatie,
marketing), business-to-consumer (bijvoorbeeld produktinformatie,
publikaties, transacties, after-sales, service, levering) en
business-to-administration (electronische toelevering van gegevens voor de
uitvoering van wet- en regelgeving).

5.1 - Neemt electronic commerce het internet over?

In de beleidsdiscussie over de vormgeving van internet wordt voornamelijk
gesproken over de internet-gebruiker als consument. De participerende rol
van de internet-gebruiker en de mogelijkheden die het internet daarvoor
biedt worden gereduceerd tot het stimuleren van consumptie via het internet
uit 'efficiency'  en 'concurrentie' overwegingen. Het internet wordt gezien
als louter marktplaats in plaats van een publieke ruimte met onder andere
een marktplaats-functie. Het idee van de overheid is dat het stimuleren van
het internet als marktplaats zal resulteren in nieuwe arbeidsplaatsen.


6 - Wat is convergentie?

Het samenvloeien van de telecommunicatie-industrie en de media-industrie
wordt convergentie genoemd. Dit is een rechtstreeks gevolg van de
digitalisering van de verschillende media- en informatiekanalen en de
opheffing van de wettelijke belemmeringen voor het aanbieden van tweeweg
communicatiediensten in het kader van liberalisering van de
telecommunicatiewetgeving op Europees niveau.


COMMENTAAR:

"De digitalisering van vrijwel alle media- en informatiekanalen leidt tot
convergerende bewegingen in het medialandschap. Deze worden vooral
zichtbaar door de horizontale en verticale integratie die momenteel plaats
vindt in de media- en telecommunicatie-industrie. Dit is ondermeer een
gevolg van de grotere benodigde investeringen, die door kleine
marktpartijen individueel niet langer kunnen worden opgebracht.

De horizontale integratie uit zich in het grote aantal fusies en overnames
van telecommunicatiegiganten onderling en de recente fusies van
telecommunicatiebedrijven en kabel exploitanten. Hier dreigt het gevaar van
monopolisering, terwijl de liberalisering van Europese regelgeving op
telecommunicatie gebied die juist diende te voorkomen.

De verticale integratie is echter veel problematischer.
Beheermaatschappijen van infrastructuur en media-produktiebedrijven (film
en televisie-producenten, dagbladen en tijdschriften) fuseren eveneens.
Opmerkelijk genoeg nemen ook de producenten van hardware en software uit de
computerindustrie grote belangen in deze media-produktiebedrijven. Hierdoor
ontstaat een vermenging van rollen in de bepaling van de inhoud van het
media-aanbod.  Het gevaar dreigt van een volledige verticale integratie bij
de produktie, distributie en bepaling van de inhoud (redacties) van dit
aanbod in de handen van enkele internationaal opererende
media-conglomeraten."

[Bron: Publiek Domein 2.0 - De toekomst van het publieke domein in de media
- Discussiestuk voor een publiek onderzoek door De Maatschappij voor Oude
en Nieuwe Media Amsterdam, 3 maart 1998]


7 - Wat is marktwerking?

"...een open en op concurrentie gebaseerde omgeving voor de ontwikkeling
van nieuwe markten [is] de beste omgeving. (..) Een geliberaliseerde markt
(..) zal mede voor inkomsten zorgen die onmisbaar zijn voor de
ondersteuning van de enorme particuliere investeringen welke nodig zijn
(..) Aldus kunnen regeringen worden bevrijd van zware politieke en
economische verplichtingen en ontstaan nieuwe inkomsten die kunnen worden
gebruikt voor investeringen op het gebied van gezondheid, onderwijs en
cultuur".

[Bron: 'Groenboek inzake de liberalisering van de infrastructuur' van de
Europese Commissie uit 1995]


COMMENTAAR:

De data infrastructuur is inmiddels volkomen geprivatiseerd. Burgers en
bedrijven betrekken hun informatie- en communicatievoorzieningen van
reguliere commerciële aanbieders, het grootste deel van deze aansluitingen
verloopt via NLnet. Universiteiten en Hogescholen in Nederland betrekken
deze van SURFnet BV.
In de Verenigde Staten privatiseerde de National Science Foundation de
backbone structuur van het Internet in april 1995.

Het fusie en overname beleid van grote telecommunicatie conglomeraten werkt
in de praktijk deze open en concurerende markten echter juist tegen. Met
name het Amerikaanse bedrijf WorldCom heeft een agressief overname, fusie
en expansie-beleid laten zien. Enkele voorbeelden hiervan:

- Op 3 september 1997 kondigde WorldCom aan dat haar dochteronderneming
UUNET, de grootste Internet Service Provider (ISP) van de wereld, NLnet had
opgekocht (100% van het aandelenkapitaal).
NLnet was de eerste commerciële Internet Service Provider in Nederland.
Sinds 1982 heeft NLnet het grootste deel van het Nederlandse Internet
opgebouwd.
- Op 10 november 1997 kondigden MCI en WorldCom gezamenlijk een
fusie-overeenkomst aan, waarmee het nieuwe bedrijf MCI WorldCom de tweede
aanbieder van telecommunicatiediensten in de VS zou worden en tevens de
grootste aanbieder van intercontinentale datacommunicatiefaciliteiten.
Met deze fusie overeenkomst is een bedrag van 37.000.000.000 US$ gemoeid.
De fusie-overeenkomst wordt momenteel bestudeerd door de Europese Commissie
op eventuele strijdigheid met het verbod op monopolisering van de
intercontinentale markt voor datacommunicatie.
MCI en WorldCom hebben laten weten alle vertrouwen te hebben dat de
fusieplannen volgens plan halverwege 1998 kunnen worden afgerond.
- Op 9 maart 1998 kondigden MCI, WorldCom en Telefónica aan dat zij een
strategische alliantie zouden vormen om zakelijke posities in de
telecommunicatiemarkten van Europa en Noord, Midden en Zuid-Amerika te
verstevigen. Telefónica is de grootste aanbieder van
telecomunicatiediensten in de Spaanssprekende wereld.
- In 1995 zijn MCI en de National Science Foundation (NSF) voor de
Verenigde Staten een samenwerking aangegaan om de 'very high performance
Backbone Network Service' te creëren, beter bekend als het Internet2, een
hoge capaciteits datanetwerk voor wetenschappelijke en oderzoekscentra.

[Bron:  WorldCom's Press Resource Center: http://www.wcom.com/press.html]


8 - Wie gaat betalen voor het publieke domein?

Zoals de telecommunicatie-infrastructuur momenteel is gereguleerd, betaalt
de gebruiker zelf voor de diensten die zij of hij gebruikt. Met andere
woorden, het is de consument die betaalt.
Voor wat betreft het publieke media-aanbod is het nu gebruikelijk dat alle
eigenaren van een radio- of televisie-apparaat individueel bijdragen aan de
financiering van het publieke bestel, middels de omroepbijdrage.
Commerciële omroepdiensten worden op dit moment gefinancierd via reclamegelden.

Als het publieke domein in het digitale media- en communicatie stelsel als
een gemeenschapsdienst wordt gezien moet hiervoor een alternatieve
financiering worden ontwikkeld. Dit betekent concreet een aanpassing van de
bestedingen voor het publieke mediabestel, of de invoering van een infotax
op het commerciële gebruik van de communicatienetwerken om deze
gemeenschapsdiensten te kunnen financieren.


9 - Bestaat het publiek domein nog?

Zoals in de urbane publieke ruimte wordt ook het publieke domein in de
media bedreigd door privatisering en toegenomen surveillance. Deze
bedreigingen zijn nu voornamelijk van toepassing op het internet. Terwijl
de expansie van commerciële communicatie in de massamedia wettelijk wordt
beperkt, wordt dit vrijgelaten of gestimuleerd op het internet.

In Nederland wordt het publieke domein niet meer genoemd in
beleidsdocumenten zoals 'Boven NAP', de herijking van het 'Nationaal
Actieprogramma Elektronische Snelwegen (NAP)'.  De "bijzondere
verantwoordelijkheid" van de overheid voor het publiek domein werd nog wel
zo genoemd in het 'Nationale Actieplan Elektronische Snelwegen - Van
Metafoor naar Actie' (NAP) uit 1994.


COMMENTAAR:

In het 'Nationale Actieplan Elektronische Snelwegen -  Van Metafoor naar
Actie' (NAP) dat eind 1994 verscheen valt in de inleiding het volgende te
lezen over het publieke domein:

"Naast de marktsector bestaat er immers een publiek domein, waarvoor de
overheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Het bestaan en de
omvang van het publieke domein komen voort uit de grondrechten van de
burgers. Drie aspecten zijn daarbij van belang:

	* Het recht op vrijheid van informatie en communicatie
	* het recht op bescherming van de persoonlijk levenssfeer;
	* het recht op ordelijke regels (door de overheid op te stellen)
	   voor het maatschappelijk en commercieel verkeer.

Artikel 22 van de Grondwet stelt: "[De overheid] schept voorwaarden voor
maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding."
Deze opdracht verlangt van de overheid dat de mogelijkheden voor de
inrichting van de elektronische snelwegen mede in dit voorwaardenscheppende
publieke kader worden gezien."


10 - Waarom is het recht op communicatie noodzakelijk?

Het recht op communicatie is een fundamenteel mensenrecht, noodzakelijk
voor de bescherming van de andere burgerlijke, politieke, sociale en
culturele rechten. Het recht op communicatie betekent: de vrijheid van
meningsuiting, het recht op de toegang tot informatie, het recht op de
bescherming van vertrouwelijke communicatie, het recht op privacy, de
bescherming van de culturele identiteit (onder meer taalrechten), een
onafhankelijke informatievoorziening, de bescherming tegen discriminerende
uitingen of voorstellingen, de bescherming tegen bedrog en het recht op
deelname aan de openbare communicatie.


COMMENTAAR:

In het People's Communication Charter (PCC) zijn deze rechten geformuleerd
door individuen en organisaties die zich zorgen maken over de kwaliteit van
de communicatie in alle media. Het handvest bevat vijf centrale thema's:
- Communicatie en rechten van de mens; bij alle vormen van communicatie en
informatievoorziening behoort het respect voor de rechten van de mens
centraal te staan.
- Publiek Domein; de essentiële hulpbronnen voor communicatie en
informatievoorziening (zoals frequenties voor telecommunicatie) zijn
'gemeenschappelijk erfgoed' (publiek domein) en behoren niet ten behoeve
van commerciële belangen te worden geëxploiteerd.
- Eigendom; communicatie en informatie diensten behoren niet door overheden
of commerciële ondernemingen te worden gemonopoliseerd.
- Autonomie; individuen en groepen hebben een fundamenteel recht op de
bescherming van hun culturele identiteit en op de ontwikkeling van hun
communicatieve vaardigheden
- Verantwoording; degenen die communicatie- en informatiediensten aanbieden
moeten bereid zijn openbare rekenschap af te leggen voor de kwaliteit van
hun prestaties.


11 - Heeft het publieke bestel nog toekomst?

De publieke omroep vervult vooralsnog een belangrijke taak waar het gaat om
de betrouwbaarheid van het informatie-aanbod, de professionaliteit van de
vormgeving daarvan en de professionele verantwoordelijkheid waar zij als
informatieleverancier op aan te spreken is.
Waar het gaat om het bevorderen van de actieve participatie van burgers in
de nieuwe digitale media-omgevingen en de vele nieuwe distributievormen die
hieruit voortkomen, biedt het huidige model van de publieke omroep niet
voldoende aanknopingspunten, omdat dit te eenzijdig op het aanbieden van
informatie is gericht.


COMMENTAAR:

"De belangrijkste taken voor de publieke omroep kunnen als volgt worden
samengevat:
- het via open radio en televisiekanalen verstrekken van betrouwbare en
volledige informatie;
- het ondersteunen van de communicatie gericht op het ontstaan van een
evenwichtig beeld van en voor de pluriforme samenleving;
- het verzorgen van programma's van educatieve aard en van programma's die
participatie bevorderen;
- het (helpen) vernieuwen van omroep door nieuwe programmavormen te
ontwikkelen en nieuwe distributievormen te gebruiken die de doelstelling
ondersteunen;
- passend binnen de opdracht zorgen voor een aantrekkelijke
totaalprogrammering waarbinnen de specifieke elementen een natuurlijke
plaatsvinden."

[Bron: 'Terug naar het Publiek - 5.3.3. Profiel van een publieke omroep',
rapport van de Commissie Publieke Omroep (Commissie Ververs), Den Haag, 26
juni 1996]

"Met name de interactiviteit en meer in het algemeen het massale
tweewegverkeer op de snelweg verlangen een herijking en verruiming van de
politieke aandacht voor het informatiebeleid en nieuwe rechten en plichten
in het elektronische informatieverkeer.
(..) Met nadruk stelt het kabinet, dat dit publieke en politieke debat een
veel ruimer vraagstuk omvat dan louter de toekomstige inrichting van de
publieke omroep."

[Bron: 'Nationale Actieplan Elektronische Snelwegen -  Van Metafoor naar
Actie' (NAP), Ministerie van Economische Zaken, Den Haag, 1994]


12 - Hoe kan het publiek domein 2.0 vormgegeven worden?

Naast de bestaande kanalen voor het publieke media-aanbod moeten nieuwe
vormen worden gestimuleerd; vormen in het bijzonder die gericht zijn op een
actieve participatie van de burger in de nieuwe digitale informatie- en
communicatie omgevingen. Interactieve media als het internet hebben juist
als karakteristiek dat zij niet slechts op passieve consumptie van een
media-aanbod zijn gericht, maar dat zij participerende media zijn. Een
participerend medium betekent dat gebruikers zelf aanbieder worden, al of
niet gezamenlijk met andere gebruikers, diensten kunnen ontwikkelen. Dat
valt soms economisch uit te baten, maar in veel gevallen gaat het juist om
de maatschappelijke en culturele ontplooiing van burgers.


COMMENTAAR:

"Het lastige van het publieke domein is dat het geen heldere
aanspreekpartner is voor de overheid. Als we het over burgers en de
'civiele samenleving' hebben, praten we over duizenden verschillende
soorten groepen. Van Steunpunt Wonen tot anderstalige radiogroepen, van
patiëntenverenigingen tot leesclubs, van rapbandjes uit de multiculturele
wijken tot tuinierende homo's. Om al deze diverse soorten activiteiten te
ondersteunen kan het model van de Community Media Centre (naar voorbeelden
uit VS en Finland) misschien uitkomst bieden.

Deze Community Media Centers (CMC) zijn uitgerust met produktiemiddelen
(computers, camera's, scanners etcetera), multimedia software en mensen die
kennis overdragen en trainingen geven. Deze CMC's, die bij bibliotheken,
buurthuizen, ziekenhuizen, culturele instellingen, verenigingen etc.
ondergebracht kunnen worden, kunnen ook trainingen geven aan werkzoekenden
en werknemers in de non-profit sector voor eenvoudige inter- en intranet
werkzaamheden. Binnen veel instellingen is daar een grote behoefte aan. Met
name de uitwisseling van kennis en software tussen dergelijke centrums kan
een grote stimulans geven aan de ontwikkelingen.

(...) Er zijn fondsen nodig om de initiatieven van burgers en instellingen
initieel te ondersteunen. In Amsterdam bestaat het Fonds
Gemeenschapsdiensten waar organisaties zich toe wenden met verzoeken tussen
de 20.000 en 200.000 gulden. Er is slechts 400.000 gulden op jaarbasis
beschikbaar, maar het bestaan van het fonds heeft een paar goede
initiatieven op gang gekregen.

(...) Omdat de nieuwe infrastructuur grote mogelijkheden biedt voor de
verspreiding van cultuurgoederen, kan de culturele sector niet buiten
beschouwing blijven. Dat de culturele instellingen zich mogen aansluiten op
EduNet is niet voldoende. Voor hoogwaardige digitale productie en
(publieks)ontsluiting zijn andere produktiemiddelen, infrastructuur en
menskracht nodig als binnen scholen. Het Research en Development dat door
de culturele sector wordt gedaan in het digitale domein heeft in het
buitenland groot aanzien, maar kan binnen de overheid niet op een
stimuleringsbeleid rekenen."

[Bron: Marleen Stikker: 'Het publiek domein en het nationale actieprogramma
elektronische snelwegen' - Boven NAP - discussiebijeenkomst in MediaPlaza,
Utrecht, 14 april 1998]




-----------


Internet Resources:

* De browsersite van De Waag - Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media:
   http://www.waag.org/browssite/

* People's Communication Charter on-line:
   http://www.waag.org/pcc

* Ministerie OCW - Publieke Omroep:
   http://www.minocw.nl/belpubom.htm

* 'Boven NAP' - debat over het Nationaal Actieplan Elektronische Snelweg 2.0:
   http://www.isoc.nl/nap/

* Electronic Commerce Platform Nederland:
   http://www.ecp.nl

* ITU - International Telecommunications Union
   http://www.itu.int

* WorldCom's Press Resource Center:
   http://www.wcom.com/press.html

* Cook Report (maandelijkse nieuwsbrief over beleids en technologie
kwesties rond Internet infrastructuur):
   http://cookreport.com/

* Informatie over Internet 2:
   http://www.internet2.edu



--
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet toegestaan zonder
* toestemming. <nettime-nl> is een gesloten en gemodereerde mailinglist
* over net-kritiek. Meer info: list@dds.nl met 'info nettime-nl' in de
* tekst v/d email. Archief: http://www.factory.org/nettime-nl. Contact:
* nettime-nl-owner@dds.nl. Int. editie: http://www.desk.nl/~nettime.